Verband tussen hoger vitamine D-niveau en minder risico op borstkanker

UNIVERSITY OF CALIFORNIA - SAN DIEGO

Volgens onderzoekers van de University of California San Diego School of Medicine houdt een hoger vitamine D-niveau verband met een lager risico op borstkanker. Hun epidemiologische studie, uitgevoerd in samenwerking met Creighton University, Medical University of South Carolina en GrassrootsHealth (een non-profitorganisatie die het vitamine D-onderzoek en de therapeutische waarde ervan promoot), staat gepubliceerd in het online tijdschrift PLOS One van 15 juni.

Er werden gegevens uit twee gerandomiseerde klinische onderzoeken bij elkaar genomen, met 3325 deelnemers, plus een voorlopige studie met 1713 deelnemers, om de associatie tussen het risico op vrouwelijke borstkanker en een brede reeks verschillende waardes van serum 25-hydroxyvitamine D (25(OH)D). Serum 25(OH)D werd gekozen als marker omdat het de belangrijkste vorm van vitamine D in het bloed is.

Alle vrouwen waren 55 jaar of ouder. De gemiddelde leeftijd was 63. Er werden data verzameld van 2002 tot 2017. De deelnemers waren bij aanvang vrij van kanker en werden gemiddeld vier jaar lang gevolgd. De vrouwen bezochten geregeld de onderzoekslocatie voor de bepaling van de vitamine D-waarden in het bloed.

Het minimumniveau 25(OH)D dat nog als gezond werd aangemerkt was 60 nanogram per milliliter, aanzienlijk hoger dan de 20 ng/ml die door een gezondheidsadviesgroep van de federale regering, het Institute of Medicine (nu de National Academy of Medicine) in 2010 werd aanbevolen. Sommige groepen, zoals GrassrootsHealth, zijn voorstander van een hoger minimum voor een gezond serumniveau van vitamine D, namelijk 50 ng/ml. Dit blijft een onderwerp van hevige discussie.

“We constateerden dat deelnemers met een bloedniveau van 25(OH)D boven de 60 ng/ml slechts een-vijfde van het risico liepen op borstkanker, vergeleken met degenen met waardes onder de 20 ng/ml,” zegt hoofdonderzoeker en co-auteur Cedric F. Garland, adjunct-hoogleraar bij het UC San Diego Department of Family Medicine and Public Health. Het risico op kanker bleek af te nemen naar gelang de serumwaarde van vitamine D hoger was.

Via het model van multivariabele regressie (statistische methode) werd het verband tussen 25(OH)D en borstkankerrisico gekwantificeerd, waarbij de resultaten werden gecorrigeerd voor leeftijd, BMI, roken en inname van calciumsupplementen, zegt eerste auteur Sharon McDonnell, epidemioloog en bio-statisticus voor GrassrootsHealth. “Het blijkt belangrijk voor de preventie van borstkanker te zijn om ervoor te zorgen dat het niveau van vitamine D boven de 20 ng/ml komt.”

Garland, die eerder verbanden tussen serum vitamine D en verschillende soorten kanker onderzocht, zegt dat de studie voortbouwt op eerder epidemiologisch onderzoek dat een verband uitwijst tussen vitamine D-gebrek en een hoger borstkankerrisico. Daarbij moet aangemerkt worden dat epidemiologische studies weliswaar een analyse maken van de bepalende factoren voor gezondheid en ziekte en de verdeling ervan, maar zij tonen niet noodzakelijk een oorzaak-gevolgverband aan.

“Deze studie beperkte zich tot postmenopauzale borstkanker. Er is verder onderzoek nodig om te bepalen of hogere niveaus van 25(OH)D premenopauzale borstkanker zou kunnen voorkomen,” aldus Garland. De groep bestond ook voornamelijk uit witte vrouwen, dus er is meer onderzoek nodig onder andere etnische groeperingen.

“Niettemin wordt in dit onderzoek de sterkste associatie tot nu toe gevonden tussen serum vitamine D en afname in het risico op borstkanker,” zegt Garland.

Garland en anderen bepleiten de gezondheidsvoordelen van vitamine D al jaren. In 1980 publiceerden hij en zijn overleden broer Frank C. Garland, ook epidemioloog, een invloedrijk onderzoek dat stelde dat vitamine D (door het lichaam aangemaakt via blootstelling aan de zon) en calcium (dat door vitamine D beter wordt opgenomen in het lichaam) samen het risico op dikkedarmkanker verlaagden. De Garlands en hun collega’s vonden vervolgens gunstige associaties tussen markers voor vitamine D enerzijds en borst-, long- en blaaskanker, multipel myeloom (ziekte van Kahler) en leukemie bij volwassenen anderzijds.

Om een niveau te bereiken van 60 ng/ml zou er volgens Garland een voedingssupplement met 4000 tot 6000 IE vitamine D3 per dag nodig zijn en minder bij een dagelijkse matige blootstelling aan de zon in weinig bedekkende kleding (ongeveer 10-15 minuten per dag rond het middaguur). Volgens hem zou het succes van orale suppletie moeten worden bepaald via een bloedtest, het liefst in de winter.

De huidige aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine D3 in de VS is 400 IE voor kinderen tot een jaar; 600 IE voor leeftijden van 1 tot 70 (ook voor vrouwen die borstvoeding geven) en 800 IE voor mensen boven de 70, volgens de National Academy of Medicine.

In een artikel van Garland e.a., dat in 2009 werd gepubliceerd in de Annals of Epidemiology, werd als doel voor een gezond niveau van serum 25(OH)D gesteld 40 tot 60 ng/ml, gebaseerd op de consensus van een deskundigenpanel. De orale doseringen van vitamine D worden vaak niet gespecifieerd omdat iedereen verschillend reageert op inname om de beoogde bloedwaarde te bereiken. De inname van vitamine D3 zou, behalve onder medische begeleiding en controle, niet hoger moeten zijn dan 10.000 IE per dag. Bloedserumwaardes boven de 125 ng/ml zijn in verband gebracht met nadelige effecten, zoals misselijkheid, obstipatie, gewichtsverlies, hartritmeproblemen en nierschade.

Vertaling: A. Zwart

Lees het hele artikel.